Juist daar, in de bergen, kwam God naar me toe met een vraag: of ik Hem wilde vertrouwen. Midden in de chaos van het leven, in chaos en onzekerheid, hoorde ik die stem. Ik wist niet precies wat het zou betekenen, maar ergens voelde ik: wat heb ik te verliezen? En vanaf dat moment ging ik stap voor stap met Hem mee. Soms letterlijk, met blaren op mijn voeten. Soms figuurlijk, terwijl alles onder me leek te schuiven.
We gingen terug naar Nederland en ik liet me dopen, waarna God steeds duidelijker aanwezig werd. Een aantal jaar later werd ik ziek. Alles werd stilgezet. Maar juist daar leerde ik iets wat ik tot dan toe alleen geloofde met mijn hoofd: dat Hij een schuilplaats is. Niet als metafoor, maar als plek waar ik naartoe kon. Waar ik niets hoefde te bewijzen. Waar ik kon rusten. Waar ik steeds weer opnieuw mocht ontdekken dat Hij betrouwbaar is. Op dagen dat ik het zelf niet meer wist, zette ik Psalm 91 van Sons of Korach aan en liet het opnieuw en opnieuw klinken, totdat ik het weer kon geloven. Dat ik veilig was en dat Hij het was die mij droeg.
God heeft me meegenomen op een weg van vertrouwen. Hij heeft me dingen laten zien, mensen gegeven, deuren geopend. Vaak anders dan ik dacht. Maar altijd op het juiste moment. En ergens in die periode kwam opnieuw een vraag in mijn hart: of ik wilde schrijven over Zijn naam. Dat was het begin van mijn boek; een antwoord op een uitnodiging.
Maak jouw eigen website met JouwWeb